Wanneer mag uw kind niet naar de gastouder?

Hoe handel je bij:

Aids - Een hiv-positief kind mag gewoon naar de gastouder. Normaal sociaal contact levert geen gevaar op voor anderen. Vermijd contact met bloed. De gastouder dekt wondjes altijd af en gebruikt bij ongelukjes wegwerphandschoenen. Zij ruimt gemorst bloed meteen op en desinfecteert de plek.

Buiktyfus - Kinderen met buiktyfus mogen niet naar de gastouder komen. Ook broertjes en zusjes met dezelfde klachten mogen niet komen. De GGD bericht het gastouderbureau wanneer de kinderen weer toegelaten mogen worden. De arts meldt een geval van buiktyfus altijd bij de GGD.

Diarree (zoals dysenterie) - Het kind mag niet naar de gastouder bij bloederige diarree. Het kind moet thuisblijven tot bekend is waardoor de diarree veroorzaakt wordt. Dat geldt ook voor broertjes en zusjes met vergelijkbare klachten.

Hepatitis A/B - De GGD moet op de hoogte worden gebracht van hepatitis (geelzucht) bij zowel kinderen als bij de gastouder/huisgenoten. Een kind met hepatitis mag wel naar de gastouder.

Hoofdluis - Kinderen met hoofdluis mogen wel naar de gastouder. Wel moet er direct met de behandeling worden begonnen. Ook moeten de ouders van de overige kinderen geïnformeerd worden dat er hoofdluis is geconstateerd, zodat zij alert kunnen zijn op de verschijnselen.

Mazelen - Een kind met mazelen mag wel naar de gastouder. Mazelen is zo besmettelijk al voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen, dat besmetting al plaatsgevonden heeft voordat de diagnose wordt gesteld.

Polio - Polio moet door de behandelend arts onmiddellijk gemeld worden bij de GGD. De GGD overlegt met het gastouderbureau over het verdere beleid ten aanzien van het informeren van de ouders en het aanbieden van vaccinatie aan ongevaccineerde kinderen.

Rodehond - Een kind met rodehond mag wel naar de gastouder. Wel moeten bij een bevestigd geval van rodehond zwangere moeders gewaarschuwd worden.

Roodvonk - Roodvonk moet bij de GGD gemeld worden als er in dezelfde groep twee of meer gevallen zijn in twee weken tijd. Het kind mag wel naar de gastouder.

Schurft - Een gastouder is wettelijk verplicht schurft te melden als er drie mogelijke of bewezen gevallen zijn. Het kind mag wel naar de gastouder, maar een behandeling van het kind, ouders, broers en zussen moet wel plaatsvinden.

Tuberculose - Een kind met open tuberculose mag niet naar de gastouder zolang het besmettelijk is, dit is meestal tot drie weken na de start van de behandeling, maar soms langer. Het gastouderbureau overlegt met de GGD.

Waterpokken - Het kind mag wel naar de gastouder omdat besmetting al heeft plaatsgevonden voordat de blaasjes ontstaan. Wel moeten de overige ouders geïnformeerd worden dat er waterpokken heerst.

Overige ziekten - Dan is er nog een grote groep aandoeningen waarbij het kind wel naar de gastouder mag. Dit zijn: bof, griep , hand-, voet- en mondziekte, kinkhoest, koortslip, oorontsteking, oogontsteking en een tekenbeet.

Uiteraard zijn dit richtlijnen van Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid en kan een gastouder zelf hier haar grenzen ook in aangeven. In de BackOffice kan de gastouder een uitgebreid protocol infectieziekten downloaden waar alle informatie in terug te vinden is. Gastouders overleggen bijna altijd met ons over hoe te handelen en wij geven altijd aan dat de gastouder alle ouders op de hoogte moet brengen als er infectieziekten aan de orde zijn.